Strafrecht
Een persoon die ervan wordt verdacht een overtreding of een misdrijf te hebben gepleegd, krijgt te maken met het strafrecht.
Bijzonder aan het strafrecht is dat het nooit alleen een zaak is tussen een dader en een slachtoffer. Het is altijd een zaak tussen de dader en de hele samenleving. In een strafzaak staan daarom niet de verdachte en het slachtoffer tegenover elkaar, maar de verdachte en het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie treedt op namens de samenleving.
Overtreding of misdrijf
Licht strafbare feiten, zoals door rood licht rijden, heten in het strafrecht overtredingen. Deze zaken behandelt een alleen zittende rechter. Andere strafbare feiten, zoals drugshandel, diefstal of moord, zijn misdrijven. Deze worden behandeld door de rechters van de strafsector van de rechtbank.
Alle strafbare feiten staan in wetten. Voorbeelden zijn het Wetboek van Strafrecht, de Wet Economische Delicten, de Opiumwet en de Wegenverkeerswet. Het is onmogelijk om te worden veroordeeld voor een feit dat niet strafbaar is op het moment dat het wordt 'gepleegd'.
Informatie verzamelen
Om een strafzaak voor de rechter te brengen is, net zoals in het civiel en het bestuursrecht, informatie nodig. In het strafrecht heeft de politie als taak deze informatie te verzamelen. De politie onderzoekt wat er precies gebeurd is en baseert zich daarbij onder meer op de informatie van het slachtoffer. De resultaten van het onderzoek zet de politie op papier. Dit is het proces-verbaal. De officier van justitie (een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie) leest het proces-verbaal en besluit dan of de zaak voor de rechter komt of niet.

